Wat houdt de behandeling in?

De ingreep 

Een binnenste dijlift bestaat uit het wegnemen van overtollige huid aan de bovenzijde van de dij tussen de benen. Bij een buitenste dijlift worden huid en vet ter hoogte van de heupkam weggenomen. Dit is minder vaak aangewezen en gebeurt dikwijls in combinatie met een buikwandplastie.


Tijdens de binnenste dijlift, die onder algemene verdoving wordt uitgevoerd, wordt ter hoogte van de liesplooi en van de schaamstreek een huidinsnede gemaakt, die over de binnenkant van het been doorloopt tot op de bilnaad. Om de huid beter te kunnen liften wordt vaak tegelijkertijd een liposculptuur uitgevoerd, en wel ter hoogte van de binnenkant van het bovenbeen.


Na het verwijderen van het overtollige weefsel wordt de resterende huid in diverse lagen met onderhuidse hechtingen en huidlijm gesloten. Aan het einde van de ingreep wordt ter hoogte van elk been een drain geplaatst: een dun slangetje om wondvocht en eventueel bloedstolsel te verwijderen. Die drain wordt na één dag verwijderd.

 

>>Lees ook 'Belangrijke tips vooraf'.

 

Na de ingreep

Bij een beperkte dijlift kan je na een of twee dagen weer rondlopen, zij het met een elastische broek aan. Bij een meer uitgebreide dijlift is het mogelijk dat je het drie of vier dagen rustiger aan moet doen. De eerste dagen is het sowieso moeilijk om te zitten, aangezien de naad ter hoogte van de bilplooi gelegen is.


Over het algemeen valt de napijn nogal mee. Douchen mag al na een dag of twee, de hechtingen blijven tien tot twaalf dagen zitten. De eerste dagen kan het gemakkelijker zijn om te plassen in een urinaal of met een plastuit. Het litteken van de ingreep valt nauwelijks op en wordt goed verdragen.

 

Terug naar 'Dijlift'.