nieuws: Cryolipolyse

Wat houdt de behandeling in?

Voor de ingreep

De ingreep

Na de ingreep

 

Voor de ingreep

Vooraf zal de chirurg bepalen uit welk weefsel de borst(en) bestaan: vetweefsel, klierweefsel of beide. Op deze manier kan hij de werkwijze bepalen. Bij zwaarlijvigheid zal de borst bv. vooral uit vetweefsel bestaan. Eventueel kan er in overleg met de plastisch chirurg worden beslist om een afspraak te maken bij een endocrinoloog die de hormonale regeling bestudeert en zo de mogelijke onderliggende oorzaken van de borstvorming kan nagaan. Vaak wordt vooraf een echografie uitgevoerd om het onderscheid tussen vet-en borstklierweefsel te maken.

 

Vanaf drie dagen voor de ingreep was je elke dag het bovenlichaam met een ontsmettende zeep die je wordt voorgeschreven door jouw chirurg en die de kans op wondbesmetting tot een minimum zal beperken.

 

>>Lees ook 'Belangrijke tips vooraf'.

 

De ingreep

In principe wordt een gynaecomastie onder volledige verdoving uitgevoerd, in bepaalde gevallen kan dit ook onder plaatselijke verdoving gebeuren. De keuze voor volledige of lokale verdoving kan ook afhangen van de te volgen werkwijze.

 

Bij slechts een kleine hoeveelheid vetweefsel, kan een lipsculptuur voldoende zijn. Bij liposculptuur wordt vetweefsel op bepaalde plaatsen door middel van fijne buisjes onder vacuüm weggezogen. Dat gebeurt zeer geleidelijk, om de chirurg in staat te stellen de lichaamsvorm werkelijk te beeldhouwen.

 

In bepaalde gevallen, namelijk bij overmatig huisoverschot, gaat men een borstverkleining dienen uit te voeren. Het nadeel van deze methode is dat de kans op littekens vergroot. Deze methode wordt echter zelden gebruikt.

 

De meest voorkomende techniek is een combinatie waarbij men zowel gebruik maakt van liposculptuur als van het onderhuids verwijderen van klierweefsel. De chirurg maakt hiervoor een kleine insnede van ongeveer 2 cm onder de tepelhof. Dit gebeurt dus onderhuids waardoor de kans op littekens beperkt blijft. Er moet steeds wel enig klierweefsel achterblijven, anders kan er een ingedeukte indruk van de borst of tepelhof ontstaan.

 

Na de ingreep  

Na een liposculptuur voor de correctie van pseudogynaecomastie is de nazorg dezelfde als na een regulaire liposculptuur. Bij pijnklachten na de operatie, zal het nemen van een eenvoudige pijnstiller op basis van paracetamol in de meeste gevallen ruim voldoende zijn.

 

Verder is het dragen van een thoraxband (borstband) aangewezen, dit om zwelling en vochtopstapeling na de ingreep tegen te gaan. Je bent ten hoogste voor twee dagen werkonbewaam.

Na een week kunnen de hechtingen verwijderd worden. Vaak wordt dan ook aangeraden om de borst te masseren, om zo de borst terug soepel te maken en littekenvorming te voorkomen.

 

Zware inspanningen en sporten worden best gedurende 3 weken vermeden. Zonnen is het eerste half jaar uit den boze, dit kan voor verkleuring van de littekens zorgen. Indien dit toch niet kan vermeden worden raden we aan om een zonnecrème met een zeer hoge beschermingsfactor aan te brengen.

 

In principe zal de littekenvorming na de operatie minimaal zijn. Het eerste half jaar kunnen de littekens nog wat rood zien. Naarmate de tijd vordert, zullen zij steeds meer vervagen.

 

Terug naar 'Gynaecomastie'.